Uit: “van Hardinxveld en Giessendam naar Hardinxveld-Giessendam”door Jaap van Gelder en Ronald Nederveen
Voorbeeldtekst. Klik om het tekstelement te selecteren.
HOE OUD IS ONS DORP? Hardinxveld wordt bij toeval genoemd door priester Ravengerius, en Giessendam ontstaat doordat graaf Floris een probleem heeft. De meeste mensen zijn het erover eens dat Maastricht ongeveer de oudste stad van Nederland is, en dat Zeewolde een van de jongste dorpen is. Maar hoe oud zijn Giessendam en Hardinxveld? Het oudste bewijs van menselijke aanwezigheid in ons dorp is zonder twijfel Trijntje. Ze heet officieel niet zo, maar we noemen haar zo omdat haar skelet in 1997 wordt gevonden bij graafwerkzaamheden voor de Betuwespoorlijn. Trijntje leeft rond 5500 v. Chr., in de middensteentijd (Mesolithicum). Ze is gevonden op een Donk (rivierduin) vlak bij de Polderweg. Trijntje behoort tot een groep rondtrekkende jagers en vissers. Ze wonen in hutten, jagen met speren en pijl en boog, en eten vooral vis, vogels, bevers en otters. De vondst van Trijntje staat niet op zichzelf. In dezelfde omgeving werden ook andere, vroege sporen van bewoning aangetroffen, waaronder een 7500 jaar oude boomstamkano van lindehout, een van de oudste in Europa. Deze kano laat zien hoe belangrijk de waterwegen waren voor de bewoners van het rivierengebied. Ook werd in de nabije omgeving het graf van een hond gevonden, een aanwijzing dat deze plekken niet alleen jachtgronden waren maar ook vaste verblijfplaatsen waar mens en dier nauw samenleefden.
In die tijd is het gebied tussen de Lek en de Merwede een grote, onbegaanbare wildernis met stroompjes, geulen, bossen en moeras. Een soort uitvergrote Biesbosch. In de loop der jaren vestigen zich steeds meer mensen op de donken en op de hogere oeverwallen langs de Merwede en de Giessen. Vanaf de 11e eeuw begint men in de Alblasserwaard met het ontginnen van de woeste en onbruikbare grond voor landbouw en bewoning. De moerassige veengronden werden drooggelegd en ontwaterd door middel van sloten en greppels. Het oostelijke deel wordt ontgonnen door de bisschop van Utrecht, en het westelijke deel door de graaf van Holland. Zo ontstaan nederzettingen en dorpen. (Schakel, 1986). In het jaar 1105 blijkt dat er in ‘Herdingfelde’ een zekere Ravengerius priester is (Groningen, 1992). Waar een priester is, moet een kerkje zijn. En waar een kerk is, ontstaat meestal een dorp. Deze vermelding komt niet voor in een officiële stichtingsoorkonde van de Hardinxveldse parochie, maar verschijnt min of meer toevallig in een document over een geschil tussen de bewoners van Houweninge en Sliedrecht (destijds beide aan de overkant van de Merwede gelegen), waarbij Ravengerius als getuige optreedt. Het is niet waarschijnlijk dat er al veel eerder een kerkje in Hardinxveld stond. Deze kerk behoorde namelijk tot het gebied van het kapittel van Sint Marie in Utrecht. Bisschop Koenraad en zijn beschermheer, keizer Hendrik IV stichtten dit kapittel in 1081. Als de Mariakerk in Utrecht de moeder is, dan ligt het voor de hand dat haar kind, de parochie Hardinxveld, van latere datum is. We mogen ervan uitgaan dat Hardinxveld tussen 1081 en 1105 is ontstaan. Giessendam is waarschijnlijk later ontstaan. In de 13e eeuw ontstonden er problemen bij hoog water. Bij de ontginning van de Alblasserwaard in de 11e eeuw had men het land ontwaterd door het graven van sloten en weteringen, maar er waren geen dijken aangelegd. Dat was niet nodig: het land lag nog vrij hoog en liep maar een enkele keer onder water. Door die ontginning en inpolde ring is veel water aan het veen onttrokken en daardoor is het veengebied gaan zakken; een proces dat nog steeds doorgaat. De daling van het maaiveld wordt geschat op maar liefst 4,5 meter in een periode van 750 jaar. (ontginning en afwatering/, 2025). Door het zakken van de veenbodem liep de Alblasserwaard steeds vaker onder water. Op 30 maart 1231 lezen we in een verdrag tussen de heer Diederik van Altena en graaf Floris IV voor het eerst over Giessendam (Berg, 1231) Het lijkt erop dat men een begin maakt met de aanleg van dijken en dammen om de vele overstromingen tegen te gaan. Deze dam in de Giessen betreft niet de dam die wij kennen in het centrum van ons dorp, maar het gaat om een dam gelegen even ten westen van het dorp Giessenkerk, tegenwoordig beter bekend als Giessen-Oudekerk bij de Kloeve, in de buurt waar de huidige Betuwelijn onder de Giessen doorgaat en de Alblasserwaardse polder binnenkomt. Op een afbeelding met de titel Anno 1277 zien we dat tegenover de kreek die vanuit de Merwede naar de Giessen stroomt, deze onder de Ghijssenborch kruist met de Giessen en vervolgens de polder ingaat. Opvallend is dat hier, ter hoogte van de Kloeve, een geheel recht stuk dijk ligt. Het stuk land dat eraan grenst behoorde in de middeleeuwen tot de ‘quade halve hoef’, wat betekent dat de rond op dit gedeelte van slechte kwaliteit was, in tegenstelling tot die van de omgeving. Mogelijk is de ondergrond, zijnde een kreek, hiervan de oorzaak: nat en zompig. Ook lag er een dam in de al lang verdwenen noordelijke zijtak van de huidige Giessen in de buurt van de Zwijnskade. Deze ligt op de huidige grens van Sliedrecht en Giessendam. In de middeleeuwen werd deze aangeduid als Swinskade. Een ‘swin’ is een natuurlijke, diepe geul of kreek. Deze is ter plaatse afgedamd, en de kade langs die kreek is nog steeds terug te vinden in onze straatnaamgeving: de ‘Zwijnskade’. In 1273 is er sprake van een doorbraak of een zwakke plek in deze dijk, want heer Daniel van Tolloisen en zijn zoon Daniel ontvangen 200 pond om deze plek opnieuw te bedijken.Op 31 maart 1277 geeft graaf Floris V van Holland opdracht tot de aanleg van een grotere ringdijk rond het gebied. Nu komen Giessen- Nieuwkerk en Hardinxveld ook binnendijks te liggen. Opnieuw vormt de Giessen een onwelkome onderbreking van deze ringdijk. Op twee plaatsen wordt een dam aangelegd. Een eerste dam zien we op een kaart uit 1277. In Boven-Hardinx- veld, net ter hoogte van de Buldersteeg, de latere Koningin Wilhel- minalaan, moet een dam zijn aangelegd. Er liep een kreek vanaf de Merwede, langs de Buldersteeg, naar de Giessen. Op een kadaster- kaart uit 1832 is deze nog terug te vinden. De sloot aan de rivier- zijde werd in 1937 nog steeds de Giessendamse Sloot genoemd. Een tweede dam, ongetwijfeld de bekendste, kennen we als de Dam bij de Peulenstraat. Deze komt in 1281 gereed. De nederzetting die ontstaat bij deze dam vormt een knooppunt van economische- en infrastructurele betekenis. Er werd handelgedreven en er kwam verkeer over de dijk en het water. Als er een schip bij de monding van de Giessen arriveerde, moest de vracht worden overgeladen op een schip dat achter de dam in de Giessen ligt.Giessendam is daarmee nog geen zelfstandig dorp. Het hoorde bij Oudeghiezen of Olt Giessen, het huidige Giessen-Oudekerk. Kerkelijk behoorde het tot hetzelfde kapittel van Sint Marie in Utrecht. kerk. (Jong, 2005) einde citaat
Bron o.a. Wikipedia Ontstaansgeschiedenis Tientallen jaren van gekibbel gingen eraan vooraf, maar in 1957 was het dan zover: de dorpjes Hardinxveld en Giessendam werden één gemeente. Een verstandshuwelijk dat de inwoners uiteindelijk veel goeds bracht. Hardinxveld is een van de oudste nederzettingen in de Alblasserwaard. Giessendam ontstond in de dertiende eeuw, maar Hardinxveld was er al rond 1100, de tijd dat veel veengebieden in de Hollandse delta werden ontgonnen. Die periode wordt wel de ‘grote ontginning’ genoemd. Kolonisten maakten een stuk land geschikt voor landbouw en dan mochten ze er van de landheer een boerenbedrijfje beginnen. Zo’n perceel, met een boerderij erop en ontwateringssloten eromheen heten hoeves. De boeren legden lage dijkjes om hun hoeve heen, die kades genoemd werden. Die kades voldeden nauwelijks, het land liep geregeld onder water. Rond 1277 werd één grote dijk rond alle hoeves gelegd. Zo is de Alblasserwaard ontstaan. Na 1500 ging de landbouw over in veeteelt. Ook de binnenvaart speelde een belangrijke rol. Logisch, want alles werd via het water vervoerd. Dat ging via riviertjes als de Alblas en de Giessen, die weer uitkwamen op de grotere rivieren. De Peulen In de jaren 20 van de twintigste eeuw gingen er voor het eerst stemmen op de twee buurdorpjes samen te voegen. Aanleiding was De Peulen, een deltagebiedje in de monding van de Giessen. Hardinxveld was er eigenaar van, maar het landje grensde aan Giessendam en die gemeente wilde uitbreiden. Tientallen jaren is erover gesteggeld. Giessendam wilde woningen en bedrijven in De Peulen bouwen. Er werd zelfs gedacht aan een haven. Maar Hardinxveld werkte niet mee. Het inzicht groeide dat beide gemeentes gemeenschappelijke belangen hadden. Het zou voor Giessendam én voor Hardinxveld voordelig zijn als De Peulen bewoonbaar werd. Die gedeelde belangen bleken ook in de jaren 30, toen rijksweg A15 werd aangelegd, deels door De Peulen. Bij de aanleg van die weg kwam er ook in De Peulen een dijk langs de rivier én een sluis. Om het gebied te onderhouden en scheepvaartverkeer mogelijk te houden, werd er een sluisschap opgericht waarin beide gemeentes vertegenwoordigd waren. Toen kreeg je die woningnood na de Tweede Wereldoorlog. Nu moest er echt iets met De Peulen gebeuren. Uiteindelijk werd besloten om samen te gaan, al was het niet van harte. Men zag het als een verstandshuwelijk. De bevolking verzette zich nauwelijks. Hooguit werd er wat gemopperd op de lange naam van de nieuwe gemeente. Alleen in Giessen-Ouderkerk was men fel tegen de plannen. Dit dorp was al jaren onderdeel van Giessendam, maar werd nu aan de nieuwe gemeente Giessenburg toegevoegd. Een groep bewoners trok naar Den Haag om te protesteren, maar tevergeefs. De bevolking merkte al snel de voordelen van het wonen in een grotere gemeente. En niet alleen omdat een nieuwbouwwijk als De Peulen nu eindelijk van de grond kon komen. Er kwamen meer sociale voorzieningen. Zo bouwde scheepswerf De Merwede een verenigingsgebouw, het latere restaurant Kampanje, waar landelijke artiesten naartoe kwamen. Dat was voor één dorpje niet haalbaar, maar nu we groter waren werd dit soort initiatieven mogelijk. Nu is Hardinxveld-Giessendam een gemeente in de Nederlandse provincie Zuid-Holland. De gemeente telt 17.655 inwoners en heeft een oppervlakte van 19,35 km² (waarvan 2,46 km² water). De inwoners werken met name in de scheepsbouw en de aannemerij. De beide dorpskernen zijn Boven-Hardinxveld en Giessendam/Neder-Hardinxveld.
Heraldiek Hardinxveld-Giessendam heeft als wapen een combinatie van de wapens van Hardinxveld en Giessendam, elk met zijn eigen geschiedenis. Het wapen van Hardinxveld is een zogeheten Chatillion-wapen. Bastaardnageslacht, afkomstig uit de buurt van de Franse stad Chatillon-sur-Marne in de Champagne in het huidige Frankrijk, heeft het wapen naar Hardinxveld gebracht. Het wapen van Giessendam is ontstaan in 1939, toen de Giessendammers bij het bouwen van een nieuw gemeentehuis graag een eigen wapen wilden hebben. Toen de dorpen werden samengevoegd, werd ook het wapen gedeeld. Archeologie Voor de aanleg van de Betuweroute werd in 1997 eerst een grondig bodemonderzoek gehouden, zo ook langs het tracé in Hardinxveld-Giessendam. Tijdens dat onderzoek stuitte men op enkele archeologische vondsten, waaronder het 7500 jaar oude skelet van een vrouw, dat terstond Trijntje gedoopt werd. Het is het oudste skelet dat tot nu toe in Nederland uit de grond kwam. Sinds december 2003 is de reconstructie van het lichaam toegevoegd aan de collectie van het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden. Ook is uit diezelfde periode in april 1998 een boomstamkano opgegraven. Sinds de jaren ’70 is binnen het dorp een historische vereniging actief. Na de aankoop van een historisch pand aan Buitendams 4, wat dienst ging doen als het informatiecentrum van de vereniging is, sinds 1 januari 2007 in het pand Peulenstraat 243 het nieuwe Historisch Informatie Centrum ingericht. In de jaren ’90 werd in Giessendam aan Binnendams 6 het museum De Koperen Knop geopend. Taal Van origine hadden zowel Giessendam en Hardinxveld een eigen dialect. Dit wordt echter nog maar door een enkeling gesproken. Het accent van de Hardinxvelder houdt – zeer globaal gezien – het midden tussen Rotterdams en Utrechts; het Alblasserwaards accent zoals dat in de omliggende streek ook veelvuldig kan worden aangetroffen. Met name de scherpe a-klank in woorden waar men in het AN een korte a hoort is kenmerkend voor de plaatselijke uitspraak van het Nederlands. Museum De Koperen Knop De Koperen Knop bevindt zich aan de zuidgrens van het Groene Hart van Nederland in Hardinxveld-Giessendam. Het is een particulier museum, dat wordt gedragen door de gedrevenheid en inzet van enthousiaste vrijwilligers. Ruim honderd personen steken regelmatig hun vrije tijd en energie in dit museum. Het museum is gevestigd in een 17e eeuwse boerderij van het hallehuistype. Het bestaat uit een voormalige boerenhofstee met erf, tuin en enkele bijgebouwen. In het voorhuis is een authentieke deftige boerenwoning ingericht en in de vroegere stal vindt u een moderne expositieruimte. Daarnaast heeft het hoofdgebouw een museumzolder voor groepsbezoek en permanente klankbeeldpresentatie. Op de zolder vind u ook de permanente tentoonstelling over de opgravingen bij de aanleg van de Betuwespoorlijn. Er is een koffiekamer en bij mooi weer kan er ook iets worden gebruikt op een van de verschillende terrassen. Tevens is er een VVV-folderservicepost aanwezig in het museum. Daar vindt u andere toeristische tips voor de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden. Ook zijn er verschillende wandel- en fietsroutes te koop. De bijgebouwen op het erf bestaan uit een hoepelmakerij, zoals er aan de zuidkant van de Alblasserwaard vele honderden zijn geweest, een dorpssmederij en een wagenschuur met oude wagens en karren. De museumtuin neemt de bezoeker mee naar de natuurlijke historie van de Alblasserwaard en bestaat uit een snij- en een hakgriend, twee verschillende stukjes weiland, een stiltegebiedje, enkele moerasjes en een hoogstamboomgaard met oude fruitrassen. GemeenteraadDe gemeenteraad bestaat uit 17 zetels: T@B 6, SGP 5, CU 3, CDA 2 en PRO 1.Coalitie T@B en SGP. Herindeling Na een regionale herindeling van de dorpen is Hardinxveld-Giessendam inmiddels onderdeel van Drechtsteden.
Riviertje De Giessen in ons dorp vormde de scheiding tussen socialen en liberalendoor: Dick de Jong Op de plek waar de Giessen de dijk doorkruist was ooit een dam, in de volksmond ‘Den Dam’. Meer dan zeven eeuwen na de aanleg van de dam kwam op die plek in 1902 een sluis. Daaraan ontleent Giessendam haar naam. Bij zo’n dam ontstaat altijd veel bedrijvigheid. En dat trekt mensen aan. Vandaar ook dat niet alleen Giessendam zelf, maar ook het ertegenaan gelegen Neder-Hardinxveld verder kon uitgroeien. Die bedrijvigheid werd mede veroorzaakt doordat de Giessen voor de binnenwaard altijd een belangrijke ‘verkeersader’ was, waarover bijna alle bouwmaterialen voor de streek werden vervoerd. DE RIVIERLOOP De Giessen wordt wel een veenrivier genoemd. Naar haar functie om het overtollige water uit het veenrijke gebied van de Alblasserwaard af te voeren naar de Beneden-Merwede. Nu begint de Giessen ergens in het oosten van Noordeloos, maar intussen is al wel duidelijk dat de Giessen, evenals de Linge, van oorsprong deel uitmaakte van de brede delta van de Rijn. Bij het vastleggen in een charter voor een gezamenlijk dijkonderhoud op 31 maart 1277 werd de Giessen buiten beschouwing gelaten. Hierdoor bleven Hardinxveld en Giessen Nieuwkerk buiten de dijkring. In een nieuw handvest van 10 april 1281 verordende Floris V dat de schouw van de Merwededijk voortaan tot de Schelluinsesloot zou lopen, waarmee Hardinxveld en Giessen-Nieuwkerk ook binnen de onderhoudsring kwam. ACHTERDIJK De noordelijke Giessendijk wordt gevormd door Binnendams en Buitendams, respectievelijk binnen en buiten de dam in de Giessen gelegen. De zuidelijke dijk, de Achterdijk, loopt wat Hardinxveld-Giessendam betreft vanaf Neerpolder tot aan de Peulenstraat, bij de Hervormde kerk. Het deel Parallelweg – Peulenstraat kreeg in de jaren dertig van de vorige eeuw een andere naam, Kerkweg. Burgemeester De Boer, woonde aan de Boven-Hardinxveldse Buldersteeg. Hij vond dat geen mooie naam en wilde de naam van de weg omdopen in Koningin Wilhelminalaan. De gemeenteraad ging hiermee akkoord als het bebouwde stuk Achterdijk dan Kerkweg werd, zo stelde het daar wonende raadslid Frans De Bruin voor. Later kreeg ook de rest van de dijk een andere naam, Giessenz o om, en werden er onder meer recreatieverblijven neergezet. GIESSENDELTA Van oudsher stroomde de Giessen op natuurlijke wijze uit op de Merwede. Door hoger buitenwater werd dat steeds problematischer. Het Peulengebied stroomde tweemaal per etmaal bij vloed onder water, totdat de A15 werd aangelegd. Tussen Sliedrecht en een te bouwen boogbrug in de Rivierdijk in Neder-Hardinxveld moest hiervoor een dijk komen met sluis komen voor de scheepvaart naar de Giessen. Daarna ontwikkelde zich de Peulen tot een grote woonwijk en industrieterrein. Die meeste woningen staan in kaarsrechte straten en aan de noordelijke strook in het eerste stuk kwam industrievestiging, houtbouw en aannemerij. Langzaam maar zeker groeide de bebouwing door richting Sliedrecht. ONTSTAAN Voordat de dijk voor de snelweg werd aangelegd bestond het gebied grotendeels uit ruigten en kreken. Hier en daar was een stuk in cultuur gebracht als landbouwgrond. Andere stukken werden met wilgen beplant tot griend. Na de Tweede Wereldoorlog veranderde er veel. Op het westelijk deel kwam de eerste bebouwing, een kleuterschool, een ulo-school en het Verenigingsgebouw De Werf Merwedestichting. Verderop kwam een kruiwagenfabriek, die begon in een oude hoepelmakersschuur, onder de naam Het Fort. Die naam is ontleend aan een redoute uit de Tachtigjarige oorlog. Deze maakten deel uit van de Mauritslinie, die tot aan Kleef doorliep. In die tijd herbergde zo’n redoute 25 soldaten met een bevelvoerder. BEDRIJVEN EN SCHEEPVAART Na de bedrijfsvestiging aan de Troelstrastraat is de Giessen opnieuw verlegd in westelijke richting. Over die nieuwe omlegging werd de Deltabrug gebouwd, die toegang gaf tot een nieuw industrieterrein dat tot aan Sliedrecht reikt. Een groot aantal bedrijven vond hier verdere ontplooiing. Een deel daarvan had een maritieme achtergrond en sloot hiermee aan bij de al in Buitendams gevestigde scheepswerven en andere technische bedrijven. Het gedeelte Giessen dat ter hoogte van deze brug richting ‘de Kaai’ in Sliedrecht loopt, draagt de naam Karnemelksloot. HAGIBRUG Ooit reed zo’n beetje alle verkeer tussen Giessendam en Hardinxveld door de Peulenstraat. Ook vrachtauto’s met aanhanger, trailers en autob usdiensten. Dat gaf veel overlast en tal van verkeersopstoppingen. Met het oog op toekomstige uitbreidingen van het samengevoegde Hardinxveld-Giessendam werd daarom de Hagibrug gebouwd. Die brug was een uitkomst voor het wegverkeer, maar voor hogere schepen een belemmering. De Binnen-Giessen is aantrekkelijk voor de recreatievaart. Maar wie van buiten het gebied komt moet dan wel eerst twee keer schutten (Rijkswegsluis en Damsluis) en een stuk door bebouwing aan beide kant sterk ingekrompen en gekanaliseerde Buiten-Giessen varen.